Indeling en looplijnen
Een kamer werkt wanneer de route erdoorheen vanzelf gaat. Dat is meetbaar.
Werkbare maten
| Situatie | Ruimte |
|---|---|
| Looppad tussen meubels | minimaal 70 centimeter, liever 90 |
| Stoel achteruitschuiven aan tafel | ongeveer 80 centimeter |
| Tussen bank en salontafel | 40 tot 45 centimeter |
| Voor een kastdeur | minimaal 90 centimeter |
| Naast een bed | minimaal 60 centimeter |
Meubels los van de muur
Alle meubels tegen de wand maakt het midden leeg en de randen vol. Een bank iets naar voren, met een smalle tafel erachter, maakt een zitgroep die daadwerkelijk als groep werkt.
Het ankerpunt
Elke kamer heeft een punt waar de aandacht naartoe gaat: een raam, een haard, een boekenwand. De zitplekken richten zich daarop. Twee concurrerende ankerpunten maken een kamer onrustig.
Vloerkleed
Een kleed hoort onder de voorpoten van de zitmeubels door te lopen. Een kleed dat los in het midden ligt, maakt de zitgroep visueel kleiner in plaats van samenhangend.
Opbergen
Opbergruimte hoort bij de plek waar iets gebruikt wordt. Een kast vol spullen die elders nodig zijn, blijft rommelig, hoe goed die ook is ingedeeld.